Amflee, 50 mg. Spot-on kat, (3 pipet)

Amflee
50 mg spot-on oplossing voor de behandeling en preventie van vlooien- en tekeninfestaties bij katten.

Doeldiersoort
Kat

Werkzaam bestanddeel
Fipronil                                                50 mg

Hulpstoffen
Butylhydroxyanisole (E320)        0,10 mg
Butylhydroxytolueen (E321)       0,05 mg

Lichtgele tot gele, heldere vloeistof.

Indicaties
Voor de behandeling en preventie van vlooien (Ctenocephalides spp.) en tekeninfestaties (Dermacentor reticulatusIxodes ricinus) bij katten.

Het diergeneesmiddel heeft een persisterende insecticide werking tot 4 weken tegen vlooien (Ctenocephalides spp.) en een acaricide werking tot weken tegen Ixodes ricinus en tot 1 week tegen Dermacentor reticulator en Rhipicephalus sanguineus. Indien Rhipicephalus sanguineus teken bij toediening al aanwezig zijn, is het mogelijk dat niet alle teken binnen de eerste 48 uur worden gedood, maar binnen 1 week.

Het diergeneesmiddel kan gebruikt worden als onderdeel van een behandelingsstrategie tegen door vlooien veroorzaakte allergische dermatitis, indien dit eerder is gediagnosticeerd door een dierenarts.

Contra-indicaties
Niet gebruiken bij kittens jonger dan 2 maanden en/of bij kittens die minder dan 1 kg wegen in afwezigheid van beschikbare gegevens.
Niet gebruiken bij zieke (bijv. systemische ziekten, koorts) of herstellende dieren.
Niet gebruiken bij konijnen, aangezien bijwerkingen en zelfs sterfte kunnen optreden.
Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel, dimethylsulfoxide of één van de andere hulpstoffen.

Dosering en toepassing
Toedieningsweg en dosering:
Alleen voor uitwendig gebruik. Dien via lokale toepassing op de huid 1 pipet van 0,5 ml per dier toe.

Wijze van toediening:

  1. Haal de pipet uit het triplex zakje. Houd de pipet rechtop. Draai en trek de dop van de pipet.
  2. Draai de dop om en plaats de achterkant van de dop op de pipet. Duw en draai de dop rond op de punt van de pipet om de pipet te openen, verwijder dan de dop van de pipet.
  3. Spreid de haren van het dier tussen de schouderbladen tot de huid goed zichtbaar is.
  4. Plaats de punt van de pipet direct op de huid en knijp zachtjes in de pipet om de pipet leeg te maken. Breng de inhoud, bij voorkeur aan op twee plaatsen, één aan de basis van de schedel en één 2-3 cm verder naar achter.

Aanwijzing voor een juiste toediening
Het is belangrijk om het diergeneesmiddel daar aan te brengen waar het dier niet kan aflikken en dat dieren elkaar niet likken direct na de behandeling.
De haren moeten uit elkaar geduwd worden en het diergeneesmiddel dient op de huid aangebracht te worden. Tijdelijke vachtveranderingen (klittende/vette vacht en/of resten op de vacht) kunnen worden waargenomen op de plaats van toediening; deze veranderingen verdwijnen normaal binnen 24 uur.
Voor een optimale vlooien- en/of tekenbehandeling kan het behandelingsschema aangepast worden aan de plaatselijke epidemiologische omstandigheden.
In afwezigheid van veiligheidsstudies is het minimale behandelingsinterval 4 weken.

Speciale waarschuwingen en overige informatie
Lees vóór gebruik de bijsluiter.

Inhoud
3 pipetten van 0,5 ml

Aantal:

11,70